Vandaag 35 jaar geleden hebben we mijn moeder begraven, maar pas sinds kort lukt het mij alles in mijn leven de juiste plek geven.

Overleven

Dat je moeder doodgaat als ze 37 is en jij pas 13 bent. Dat is verdergaan met leven op de automatische piloot. Ik was verdwaald, zo af en toe. En soms ben ik dat nog steeds een beetje. Omdat het een situatie is waar niet alleen ik, ook de wereld om mij heen zich totaal geen raad weet.

De dag dat zij werd begraven was een koude, gure dag waarop het regende. Het was druk in de kerk en op de begraafplaats. Een paar honderd mensen die verwachtte dat je ze een hand gaf. Om te condoleren. Omdat we dat met z’n allen hebben afgesproken dat dat zo hoort. Een bizarre gewaarwording die ik nog steeds niet helemaal begrijp en liever anders zou zien. Omdat het verdriet van degene die je de hand schut veelal helemaal los staat van het verlies van de overledene van dat moment. Iets waar met geen woord over gerept. Wat ik niet begreep toen. Ik was alleen maar heel erg boos op al die bekende en onbekende mensen die we die laatste paar jaar van haar leven nooit zagen. En dat precies de mensen warden die het hardst hoorbaar aan het huilen waren in de kerk. Ik vond dat schijnheilig. Verkeerd dat ze erbij waren. Dat was mijn waarheid toen.

In mijn herinnering

Vanaf maandagavond 18.15 uur af toen mijn moeder overleed tot aan de begrafenis op vrijdag dreigde ik mijn vader dat ik niet bij de begrafenis zou zijn. Omdat ik een klassenfeest had die dag en ik vond dat hij daar rekening mee moest houden. Het was mijn manier om om te gaan met de situatie van dat moment.

In mijn beleving heb ik staan schreeuwen en stampvoeten bij haar graf. Was ik niet stil te krijgen. Of het echt zo was, dat weet ik niet. Wellicht was ik aangepast rustig en misschien zelfs ongewoon stil. Het was een bizarre ervaring. Allemaal volwassenen en vier jonge kinderen in de leeftijd van 7 tot 13 jaar.

De een z’n dood

Na de begrafenis moesten we direct door naar het politiebureau omdat er zes auto’s waren open gebroken terwijl wij op de begraafplaats waren. Hoe bizar kan het zijn. Onwerkelijk gewoon. Een slechter moment om aangifte te doen van diefstal kan je je niet voorstellen.

Dat maak ik zelf wel uit

Van rondom die periode herinner mij boze familieleden. Heel boos zelfs. Omdat ik mijn moeder niet meer wilde zien toen zij dood was. Ze hadden geen respect voor mijn keuze dat ik haar wilde blijven herinneren op mijn manier. Ze bleek er mooi bij te liggen en er minder eng uit te zien dan dat ze er de laatste tijd uitzag. En dat was precies de reden waarom ik haar niet wilde zien. Ik had meer dan genoeg aan mijn eigen herinneringen, ook al waren ze verre van prettig. Want aan het eind van haar leven was mijn moeder erg mager, doordat de kanker haar van binnenuit had opgevreten. Het was alsof ze gekrompen was. En ze was kanariegeel, omdat de kanker haar lever had aangetast.

Begeleiding of hulp was er niet voor ons. Toen niet en ook later niet. Behalve dat ik, toen ik een keer bij de huisarts was, mij gezegd werd dat ik wel naar het RIAGG kon voor een gesprek. Daar schrok ik van, dat hij dat zei. En vooral ook de manier waarop. Het was meer een mededeling. Zonder gevoel. Ik wist niet goed wat het RIAGG was of wat ze voor mij konden betekenen en het deed mij afschrikken dat hij daar over begon. Het enige wat ik wilde was aandacht en een luisterend oor. Van iemand die ik mij vertrouwen gaf. Niet van een huisarts of een instantie. Gewoon, van iemand uit mijn omgeving.
Wel was er altijd hulp waardoor het huishouden draaiende werd gehouden. Fijn natuurlijk dat ons eten altijd werd gekookt en dat de was werd gedaan. Punt…

Doe mij de waarheid

Het heeft lang geduurd voordat ons, de kinderen, werd verteld dat mijn moeder kanker had. Dat was toen een groot taboe. Als kind heb je echter dondersgoed in de gaten als er iets is dat je niet mag weten, maar dat de volwassenen om je heen het wel weten. En dat er stiekem over wordt gedaan. Dat je dom wordt gehouden en moet leven met leugens. Ik haat het!

Bijna al mijn aannames, oordelen, overtuigingen en taboes dateren uit die tijd. Zou goed uitkomen, ze aan die tijd te kunnen koppelen. Omdat doodgaan en kanker hebben als mooie paraplu kan worden gebruikt om alles aan op te hangen. Lekker moeilijk en zwaar allemaal. Maar eerlijk zijn duurt het langst…

Hoe gaat het?

Als mij toen gevraagd werd hoe het met mijn moeder ging zei ik automatisch dat het wel goed ging. Omdat dat eigenlijk het antwoord is wat mensen écht van je verwachten als ze je deze vraag stellen. Dat hopen ze. Is lekker veilig voor hen. Slechts één keer heb ik eerlijk antwoord gegeven op die vraag. Degene die de vraag stelde wist niet waar ‘ie kijken moest en liep schuchter weg van mij. Kon het antwoord niet verdragen.

Die ene ervaring heeft ervoor gezorgd dat ik zelden aan iemand een vraag stellen waarvan ik het antwoord niet wil horen. En ook is vooral deze situatie de reden dat ik lange tijd mij leven heb geleefd op een manier waarbij ik geen hulp vroeg aan een ander. Dat ik altijd degene was die rekening hield met alles en iedereen, waardoor ik afgepast antwoord gaf op gestelde vragen. Omdat dat, naar mijn idee, van mij werd verwacht.

Stelletje idioten!

Jij bent de oudste: wel goed voor ze zorgen hoor

Omdat ik de oudste ben van vier kinderen werd door familie en bekenden op mijn hart gedrukt dat ik goed voor mijn vader, mijn zusjes en broertje moest zorgen. Hoe kan je dat een kind van 13 jaar opleggen? Je weet niet wat je zegt! Hoe goed ook bedoeld, pas op je woorden! Want ongemerkt zijn dit soort uitspraken wél de oorzaak van een hoop ellende in een mensenleven. Deze opgelegde overtuigingen zorgen voor geestelijke misvormingen en aangepast gedrag voor de rest van je leven. Het zorgde er bij mij o.a. al snel voor dat ik op een gegeven moment niet meer naar school wilde, omdat ik had besloten voor mijn overgebleven familie te zorgen. En daar moest school voor wijken, zo had ik bedacht. Naar mijn idee was dat de enige keuze die ik op dat moment had, omdat veel mensen mij aanspraken dat ik voor mijn familie moest zorgen als oudste van het gezin. Ik begreep dan ook niet goed de reacties toen ik mijn voorstel deed.

Vergeten hoe het was

Sommige dingen van mijn moeder herinner ik mij nog, maar het meeste ben ik vergeten. De laatste jaren van haar leven was ze ziek en ging het steeds slechter met haar. Wat had ik graag gewild dat ze mij een brief had geschreven. Iets persoonlijks had achter gelaten voor ons, haar kinderen. Ik begrijp dat niet. Ben er soms boos over en verdrietig van. ‘Ik ben haar stem vergeten’ . Weet niet meer hoe ze lachte.

Mama, ik vergeef je, hoe moeilijk en lastig soms ook.

Het heeft na haar dood jaren geduurd voordat ik voluit heb kunnen lachen. Omdat er voor mij niets meer te lachen viel in mijn leven. Gelukkig is dat iets wat ik tegenwoordig steeds beter kan. Ik geniet volop van mijn leven. Omdat ik daarvoor heb gekozen. Ik ben nu een blij en gelukkig mens.

‘De dood negeren? Liever niet!’

Een raar iets, de dood. De dood duurt soms langer dan het leven. Ik heb mijn moeder korter gekend dan de helft van het aantal jaren dat ik nu oud ben. Vandaar ook dat ik schrijf Lang leve de dood: vandaag vier ik het leven

Wees eerlijk

Mede door alle leugens die voor mij samenhangen rondom de ziekte en de dood van mijn moeder is het voor mij belangrijk dat mensen eerlijk zijn. Want Eerlijk zijn duurt het langst (2) De waarheid van het leven kan nooit zo erg zijn als het leven met een leugen, is mijn ervaring.

Lang leve de dood: vandaag vier ik het leven!