Zwijgend zitten we naast elkaar.
Onze benen maken meer contact dan dat gebruikelijk is op een plek als deze.
Per ongeluk, of…?
Het voelt aangenaam.
Fijn zelfs.
Voor ons beiden, blijkbaar.

Door onze kleding heen voel ik zijn warme been. Kriebels door m’n hele lijf. Mijn lichaam ervaart dit contact als prettig. Beiden kijken we niet op van waar we mee bezig zijn. Het is haast spannend zelf. Het lijkt alsof we elkaar steeds meer opzoeken met het kleine stukje aanraking dat we nu hebben.

Op een prettige manier over mijn grenzen gaan

We kruipen naar elkaar toe. Waarschijnlijk niemand die het opvalt. Voor ons voelt het goed, blijkbaar, deze aanraking. De aanraking van een stukje knie van een paar vierkante centimeter wordt alsmaar groter. Totdat zo ongeveer de hele zijkant van onze benen contact maakt. Van per ongeluk contact maken is geen sprake meer. Onze benen lijken wel tegen elkaar geplakt. En ik krijg het langzaam aan steeds een beetje warmer.
Ik weet niet eens wat hij aan heeft, deze leuke man. Hij voelt gewoon goed en dat is genoeg voor dit moment. Even lekker tegen elkaar aan ‘schuren’. Omdat we dat allebei, blijkbaar, wel oké vinden. Een gewenste aanraking. Daar kiezen we beiden voor. Want als als dat voor een van ons als onprettig werd ervaren, was deze aanraking er nooit geweest.
Zonder elkaar aan te kijken sta ik op. Ik ben op het station waar ik moet zijn en stap uit. Afscheid nemend van een prettig moment. Met een grote glimlach stap ik het perron op.