Met tranen in mijn ogen lees ik de blog van Karin. Niet omdat het mij zo raakt dat zij over Matthijs van Nieuwkerk schrijft, maar wat ze schrijft over het delen van je ‘ding’ . . . !

Wat in je hoofd zit ‘moet’ soms gezegd worden. Wil gehoord én gezien worden. Een eigen plek krijgen. Niet worden weggemoffeld in één van de laatjes ergens heel verweg, achter een stoffig kastje, op een plekje waar je het in je hoofd niet meer kan vinden, hoop je.

Dat werkt dus niet. Het komt er op een gegeven moment toch wel uit, op welke manier dan ook. Kotsend. Knetternde hoofdpijn. Hartaanval. Burnout. Of ‘gewoon’ even in de war en alle tijd en begeleiding nemen die je nodig hebt om jouw put nu eens écht te durven bereiken. Onderzoeken hoe en waar die is. Hoe die er uitziet.

Want alleen dan, als je de bodem van jouw put hebt erkend én herkend, is het tijd om te gaan verkennen. Op onderzoek te gaan. ‘Wie ben ik’ & ‘Wat wil ik’. Niks meer. Dat is het enige wat je hoeft te doen. De rest ontstaat en groeit vanzelf.

De druppel

Op het moment dat je zover bent om te gaan onderzoeken is het tijd om op te krabbelen.
Karin Ramaker schreef er een boek over: ‘Opkrabbelen nadat je op je bek bent gegaan’. Haar boek ligt al een paar weken voor mij op tafel. Heb het al een keer helemaal doorgebladerd en alle bladzijden bekeken en mijn ogen over alle opdrachten laten gaan. Ik kon er nog steeds maar niet aan beginnen. Het lukte mij niet.

En nu kan ik alleen maar huilen. Mijn put zich met hele mooie tranen ;-). Tranen van mijn liefde voor mij en niet meer alleen van angst, pijn en verdriet.

F*ck

Soms vind ik het leven ‘gewoon’ even heel zwaar f*ck! Doet het ongelooflijk veel pijn. Vind ik er even helemaal niks aan. Begrijp ik totaal de hele bedoeling van alles niet. Voel mij even nergens mee verbonden. Heb ik even alle tijd voor ‘mij’ nodig. Om uit te vinden ‘Wie ben ik‘ & ‘Wat wil ik‘.

Blijkbaar is dat waar ik nu ben: in een fase van #Opkrabbelen Na de bodem van mijn put h-e-l-e-m-a-a-l te hebben ervaren. Het lef te hebben gehad er ALLE tijd voor te nemen die ik nodig had. Ten koste van heel veel, de afgelopen vele maanden. En ten gunste van alles wat belangrijk is voor mij. Nu. Hier. In dit leven.

Dankbaar

Ik ben mij dankbaar dat mijzelf te gunnen. Dat ik het lef heb dit hele proces aan te durven gaan. Mijn neus te stoten. Met mijn billen bloot te gaan. In mijn eigen spiegels durfde te kijken. Hulp ging vragen. Een buddy te vinden. Alleen te zijn.

Verbinden

Dat alles is waarin ik mij herken in hetgeen dat wat Karin schrijft in haar blog over Matthijs van Nieuwkerk. Ik deel mijn ‘dingen’, dat waar ik tegen aanloop, met anderen en daar ben ik ontzettend blij om!

Karin schrijft: “Want dat delen is goed. Voor de ander. En voor jezelf. Het laat zien dat we naast succesvol zijn ook handicaps hebben, of eigenaardigheden, beperkingen, angsten, gedoetjes.” 

En doordat ik deel waar ík tegen aanloop, geef ik een ander ook de ruimte zijn of haar vertaal te delen. Te luisteren naar elkaar. Verbinding te ervaren. Liefde te voelen.

Blootlegger

Ik zie mijzelf als een blootlegger. Als iemand die zegt wat ze voelt, ziet en hoort. Ik ben een luisterend oor. Lees tussen de regels door. Druk op de juiste knopjes. Daarin ben ik soms confronterend en vrij direct. En vooral open en eerlijk! En dan niet alleen tijdens de sessies met cliënten. Ook gewoon als Sonja.

Opkrabbelen

Nu heb ook ik mijn ding gedeeld. Ben ik ‘met de billen bloot’ gegaan. Tijd om nu wél te beginnen in het boek ‘Opkrabbelen’ van Karin. Ook ik wil ik het allerliefst dat alles heel snel gaat en ik morgen wakker word als zijnde in de mooiste droom van mijn leven, toch weet ik dat het tijd nodig heeft. Stapje voor stapje. En bladzijde voor bladzijde lezen in het boek van Karin. Al die verschillende stappen, manieren en oefeningen in het leven zijn even nodig. Zij vormen mij tot die ik ben. Dankbaar maak ik er gebruik van. Totdat ik kan gaan staan en over de rand van mijn eigen muur heen kan kijken. En glimlach . . . !

Durf jij te delen?