Een tijdlang waren de sportschool en ik geen vriendjes. Was de sportschool een taboe voor mij. Had ik er vooral oordelen over. Vond het stom om in de apparaten te hangen. Maakte ik mezelf wijs dat ik er geen tijd voor heb, al helemaal niet om meerdere keren per week te trainen.
Daarnaast vind ik mezelf niet slank genoeg om in een strak broekje rond te rennen. En wil ik al helemaal geen nauwsluitend shirtje aan waar al het teveel aan pondjes duidelijk zichtbaar is. En tegelijkertijd is o.a. mijn buikje hetgeen waarom ik naar de sportschool wil. Iets strakker, platter en een paar kilootjes minder zwaar zou ik fijn vinden. Want het zit me in de weg, die extra kilo’s, het voelt onnatuurlijk. Meer bewegen dan wat ik nu doe is geen overbodige luxe zijn, naast al die uren achter de computer.

Dus werd ik een paar maande geleden lid van de sportschool. Omdat ik iets ontspannends wilde gaan doen zoals yoga. Ik nam mij voor vanaf de eerste week al zeker twee keer te gaan, maar al snel hield ik mezelf voor de gek. Eigenlijk gelijk de eerste week al.

Ik geef het op: ik stop met smoesjes

Vorige week was ik klaar met mijn gezeur en gemopper en belde voor een intake, want echt sporten leek de enige oplossing. Hoogste tijd om mezelf veel vaker richting sportschool te duwen. Niet langer alleen maar zo af en toe een keer voor de ontspanning, maar ook voor het meer intensievere werk.
Daar ging ik gisteravond, met mijn sportschoenen en handdoek onder m’n arm. Die laatste nam ik meer mee voor de sier dan dat ik dacht ‘m echt nodig te hebben. Ik zou tenslotte een halfuurtje gaan kennismaken met de apparaten. Om dezelfde reden had ik m’n waterflesje thuis gelaten, waar ik na een paar minuten op het eerste apparaat al spijt van had. Gelukkig wist ik vooraf niet dat ik mij daarin had vergist. De weerstand die ik acht seconde voor dat de eerste minuut om was ervaarde had een smoes kunnen zijn om ook deze keer niet te gaan.

Bloot op het apparaat

Voordat ik het eerste apparaat beklom moest ik op een weegschaal staan. Maar wel met blote voeten, dan kon er van alles worden gemeten. Na een minuut rolde een bonnetje uit het apparaat met naast gewicht ook mijn vet- en vochtpercentage en geschatte leeftijd. Die is twee jaar jonger dan ik in werkelijkheid ben, dus ik hou van dat apparaat. Over twee weken mag ik er weer op, ben benieuwd.
Toen starte ik met 8 minuten op de Crosstrainer, een soort loopapparaat waarbij je ook je armen beweegt. Makkie, dacht ik toen ik op het apparaat stapte. Want als ik ga wandelen kan ik dat uren volhouden, dus die paar minuten in een stevig tempo zou ook geen probleem moeten zijn. Daar had ik mij flink in vergist, want voordat de eerste minuut om was had ik er al zo’n beetje genoeg van en stond ik te hijgen als een paard. Ik wilde niet opgeven, dus ging stoer verder in hetzelfde tempo en binnen no time had ik het warm en voelde over mijn hele lichaam zweetdruppels.

Overdreven?

Nadat ik  hoorde dat ze op werkdagen om 7 uur ’s ochtends open zijn besloot ik dat ik net zo goed gelijk vanuit bed door kan voor een half uurtje conditie. Dus vanochtend was ik er weer. Omdat ik het leuk vond gisteravond. Voor half 8 stond ik in de sportschool op de loopband.

Afrekenen met mijn taboe

Oké, duidelijk dus. De sportschool is niet langer meer een taboe voor mij. Ik moet toegeven dat ik mij lange tijd niet zo lekker heb gevoeld als toen ik vanmorgen om 8 uur had gesport, gedoucht en ontbeten. En morgenochtend ga ik gewoon weer, ook al regent het.