Bijzondere gesprekken gisteren. Gesproken en gelezen woorden.

Ik begon mijn dag met een huilende vrouw wiens hond ‘opeens’ dood lag vanochtend. Bleek ’s nachts overleden. Ik had met haar te doen. Haar pijn en verdriet waren voelbaar.

Zag een berichtje voorbij komen van een moeder wiens zoon niet langer kon leven.

Een mooi online ‘live’ gesprek met een vrouw aan wie ik mij kwetsbaar kon laten zien. Omdat dat goed voelt. Ik mij gehoord en begrepen voelde.

Een jonge jongen over de vloer. Verdrietig en geraakt. Hij zag er verslagen uit. Zijn contract werd niet verlengd. En dat diezelfde jongen na één telefoontje gelijk al een andere betrekking heeft.

Tussen-door-gesprekken met een dierbare. Gesprekken vol verwarring. Pijn. Verdriet. Het gevoel van een blauwtje lopen. En elkaar gelukkig ook de ruimte kunnen geven en naar elkaar kunnen luisteren. Voorzichtigheid in woordkeuze. Angst is voelbaar. Uit het gesprek stappen en er even afstand van nemen. Uit zelfbescherming ook. Woorden voor later. Niet voor nu. Om te voorkomen dat ik de angst voor de ander wil wegnemen, als dat al zou kunnen.

En dan tijdens een toevallige ontmoeting een inzicht. Dat ik nog mag meer loslaten. ‘Geduld moeten hebben’ kan ombuigen naar overgave. Zijn met wat is. De ander de tijd & ruimte geven voor zijn / haar eigen proces. Hoogste tijd dat ik dit ook mijzelf gun. Nog meer loslaten. Niet willen afdwingen. Geen resultaten willen forceren. “Paniek komt voort uit het willen afdwingen van een mogelijk resultaat” droomde ik ’s nachts. Ik wil duidelijkheid hebben. En antwoorden op al mijn vragen. Maar het voelt eerder als een gevecht dat te willen dan dat het mij écht antwoorden geeft. Ik doe er wijs aan om de handleiding van het leven te willen afdwingen los te laten. Om eerst en boven alles te kiezen voor kwaliteit van mijn eigen leven alvorens anderen behulpzaam te zijn en aan mezelf voorbij te gaan. Vertrouwen hebben. ‘Zijn met wat is’ ipv doelen en verlangens nastreven, wat ik als een zware, barre overlevingstocht ervaar…

Lees ook