Bron: www.sxc.hu

Ver weg, diep in het bos, vond ik mijn plek. Het hek er omheen was zwaar begroeid en bedolven onder veel dood hout en onkruid, onduidelijk soms waar de mooie plek ophield of begon.

Deze mooie plek met het hek er omheen staat open voor diegenen die ook zijn of haar eigen mooie plek willen vinden, zien, voelen en ervaren. Zonder angst of schroom het moois kunnen aanschouwen. Het is er zeldzaam mooi; kwetsbaar ook.

Mijn mooie plek is niet voor iedereen toegankelijk. Het hek er omheen is voorzien van een soort ‘wildrooster’. Speciaal en afgepast, duidelijk zichtbaar. Ik laat niet niet langer zomaar iedereen mijn mooie plek betreden.
Ik ben daarom dan ook een speciale route om mij eigen plek heen aan het aanleggen. Omdat er mensen zullen zijn die ik wel dichtbij wil laten en met wie ik een stukje mijn route wil lopen, maar niet helemaal tot op mijn mooie plek wil laten komen.

Mijn plek  is niet langer ‘vrij toegankelijk’, maar je mag er zijn als je je op de speciaal daarvoor aangelegde paden begeeft. En ik zal er zorg voor dragen deze herkenbaar en begaanbaar te houden, ook voor mijzelf.

Het is een beschutte plek omdat het ver weg is van prikkels en afleiding en dat wil ik graag zo houden.
Ik weet dat er meer mensen zijn die verlangen naar zo’n eigen plek, alleen het lef (nog) niet hebben, afgeleid door de vele overtuingen die ons ervan weerhouden. En toch daag ik je uit. Ontdek je plekje. Ga dagdromen, hardop fantaseren, doe, onderzoek, voel, ervaar. En geniet van wat het je oplevert . . .