Bron: www.sxc.hu

Oeps

Ik ben bang en verdrietig als ik hem spreek. Kan hem niet bereiken, zo lijkt het. Ervaar ruis op onze lijn. Het frustreerd mij. Maakt verdrietig ook. En ik heb er mee te dealen.

Schrijven helpt

Schrijven is mij behulpzaam daarbij. Om licht te laten schijnen op dat wat voor mij tijdens het spreken onduidelijk is. Omdat het diep weggestopt is. Er een dikke laag stof op zit. Nee: modder zelfs. Een hele dikke laag. Doordrenkt van angst, pijn en verdriet. Uit het verleden.

Schuldgevoel, als ik de telefoon neerleg. Alsof ik (nog) geen andere manier ken om hulp te vragen.

“Ik zou toch beter moeten weten”, verwijt ik mijzelf.

Angst voor afwijzing

Terwijl ik het ben die mij afwijst. Voortkomend door aannames, overtuigingen, oordelen, taboes uit het verleden. Nog steeds heb ik ze niet allemaal zichtbaar. En dat frustreert mij. Raak daardoor soms in een kronkel, omdat ik verwoede pogingen doe alles liefst in één keer helder te willen krijgen én op te lossen. En o ja: tegelijkertijd ook leuke dingen wil doen én wil genieten.

Even later haal ik opgelucht adem. Kan glimlachen zelfs. Want de ander heeft mij allang geaccepteerd zoals ik ben. Met of zonder mijn emotioneel gewiebel. Nu ikzelf nog.

En ik schrijf verder…