Tja. Daar staat hij dan. Met een ladder die tot de hemel reikt. Die zo lang is dat hij het einde ervan niet kan zien. En hij realiseert zich dat de hemel al helemaal onbereikbaar voor hem is.

Oneindig

Dat onhandige lange ding, waarover hij geen controle lijkt te krijgen als hij ‘m rechtop probeert te houden. Het voelt als een omgekeerde hoogtevrees, als hij langs de lader omhoog kijkt. Het doet hem rillen. Hij durft niet te kijken. Kan het niet. Weet niet waar het einde hem naartoe leidt. En zolang hij heel erg zijn best doet om zijn denken tot rust te brengen, lijkt het einde van de ladder steeds verder van hem weg.

Inzicht

Hij laat z’n hersenspinsels voor wat ze zijn en haalt diep adem. Een paar minuten lang loopt hij zuchtend te ijsberen met zijn neus op de grond gericht, ver weg van dat lange ding. Als hij daarna om zich heen kijkt ziet hij opeens dat de ladder vlak boven de grond al een opstapje heeft. En op dezelfde hoogte daarboven blijkt alweer een volgde stap.

Stapje voor stapje iets dichterbij

Nooit eerder was hij zich daarvan bewust. Hij zag altijd alleen maar de hele lengte, met een onbereikbaar einde. Terwijl de oplossing, een eerste kleine stapje omhoog, zo dichtbij leek te zijn.

Meer lezen?

Tekening is van Olaf Zefanja de Baar

Pin It on Pinterest